Nieuwsbrief:
Nieuwsbericht
03-06-2022
de hoogtepunten uit de geschiedenis van SKODA



Al meer dan 125 jaar is ŠKODA een innovator. Het begon allemaal met een Tsjechische fiets, waarna de ene na de andere motorinnovatie ingang vond. Tegenwoordig trekt ŠKODA voluit de kaart van de elektrische auto en staat het voor nieuwe uitdagingen. We hebben het over de innovaties en hoogtepunten uit de lange geschiedenis van dit van oorsprong Tsjechische automerk.

De eerste (motor)fiets van ŠKODA
Voor ŠKODA begon het allemaal met een tweewieler. Het was vlak voor Kerstmis 1895 dat Václav Laurin en Václav Klement de samenwerking aangingen. Het was aanvankelijk allemaal heel kleinschalig, met vijf verschillende fietsmodellen die onder de naam SLAVIA werden verkocht. Het is een van de redenen waarom ze bij ŠKODA tot op heden nog steeds fietsevents als de Ronde van Frankrijk sponsoren.
Vier jaar later volgde al de volgende mijlpaal. Het was het toenmalige bedrijf Václav Laurin & Václav Klement, Továrna na Motocykly, Mladá Boleslav – een hele mond vol, maar kortweg: Laurin & Klement – dat toen zijn eerste motorfiets presenteerde. Later veranderde men de naam naar ŠKODA, dat bekt beter. Deze eerste Slavia Type A had een eencilindermotor en was te verkrijgen in een uitvoering van 1,25 of 1,75 pk. Deze Tsjechische motor- en automobielbouwer zou in 1905 zijn eerste driewieler produceren en in 1906 zijn eerste auto. In 1925 verdween het merk na een fusie met ŠKODA.


Auto met een verbrandingsmotor
Tussendoor was er wel nog een opmerkelijke innovatie die noemenswaardig is. In 1905 lanceerde men namelijk de eerste verbrandingsmotor voor een auto. Het ging om een V-gevormde tweecilindermotor met waterkoeling. Het was deze motor van 7 pk die uiteindelijk werd gebruikt in de L&K Voiturette A, de eerste auto van Laurin & Klement. Er zijn dan tegenwoordig wel zitmaaiers met meer paardenkracht te verkrijgen, toch blijft de Voiturette A een wonderbaarlijke machine die velen heeft geïnspireerd.
Achtcilindermotoren die eenvoudig te onderhouden zijn


Voor het volgende hoogtepunt gaan we naar het jaar 1929. In de stad Mladá Boleslav rolt dan de ene na de andere motor van de lopende band. Deze motoren getuigen opnieuw van een knap staaltje innovatie. Ze beschikken bijvoorbeeld over een cilindervoering, wat het onderhoud eenvoudiger maakt. Het topmodel van die tijd is de ŠKODA 860, meteen ook het eerste ŠKODA-model met een achtcilindermotor. De naam verwijst naar de 8 cilinders en het vermogen van 60 pk. Er werden er ongeveer honderd van gemaakt. Auto's waren toen nog heel duur en vooral iets voor de elite. De prijzen voor de ŠKODA 860 varieerden tussen 127.000 en 140.000 Tsjechische kronen. Dat was enorm veel geld voor die tijd.

 





Extra lichte aluminiummotorblok
Er zouden uiteindelijk nog veel auto's van de band rollen, de ene al beter dan de andere. Maar in 1964 volgt de volgende innovatie. ŠKODA is dan de eerste autofabrikant in Europa die een motorblok van gegoten aluminium produceert. Hierdoor ligt het gewicht van de motor veel lager. Deze motorblok vindt zo ook zijn weg naar de racewereld. Zo sleepte bijvoorbeeld de ŠKODA 130 RS winst in de wacht tijdens de Monte Carlo Rally van 1977.


Betaalbare motoren en de focus op elektrische auto's
De jaren die daarop volgen, brengen uiteraard nog hoogtepunten. Na de overname door de Volkswagen Groep begint men vooral met de bouw van kleine, krachtige en betaalbare motoren voor de andere merken. Het is iets waarin men uitblinkt. Dat doet men bijvoorbeeld voor de Volkswagen Fox en de Volkswagen Polo, twee wagens die razend populair zouden worden. Nog later zou men focussen op de zuinigere en milieuvriendelijkere verbrandingsmotoren. Tegenwoordig slaat ŠKODA een nieuwe weg in en kiest het voor de elektrische toekomst. Onder andere de ŠKODA ENYAQ iV, een elektrische SUV met een ruim rijbereik, is een geliefd model. Ook hier focust men op een aantrekkelijke prijsstelling, maar er gaat ook aandacht naar de connectiviteit, de actieradius, het rijplezier en het comfort.

Bron: Motoroccasion.nl

Wist u dat: In de motortaal "Café-racer" betekent: De café-racer duikt voor het eerst op in de voorsteden van Londen rond 1955. Groepen jongeren met zware of middelzware Engelse motorfietsen schoolden in de avonden en weekenden samen bij bepaalde cafés en wegrestaurants. Zo ontstond, wellicht uit verveling en een hang naar spanning en sensatie, een gecultiveerde snelheidsmanie op motorfietsen, met een sterk element van competitie. Op de openbare weg werden snelheidsduels aangegaan, waarbij onaanvaardbare risico’s werden genomen en jonge motorrijders de reputatie van doodrijders kregen. Ze ontwikkelden een motorfiets waarmee uitsluitend zo hard mogelijk gereden moest kunnen worden. Het accent lag op tank, stuur en vooral uitlaten, die een vervaarlijk lawaai produceerden. De café-racer werd door zijij berijder als eenpersoonsmotorfiets gestileerd. Er werden wedstrijden gehouden, waarbij vertrekkende vanuit het café waar de on-up-boys bijeen kwamen met de motorfiets een traject moest worden afgelegd binnen de tijdsduur van een singletje uit de jukebox. Wanneer de waaghals niet terug was van een dergelijke record run voordat het nummer was afgelopen, kon hij heel wat meer verloren hebben dan een weddenschap. Nu figureert de term café-racer uitsluitend nog als variant op een thema bij het vormgeven van een motorfiets. Op het hoogtepunt van de café-racer-cult waren er in Engeland ontwerpers die allerhande accessoires zoals tanks, uitlaten, sturen en opvoerkits op de markt brachten. De bekendste was Paul Dunstall, wiens reputatie van briljante customizer van Nortons en Triumphs ver uitsteeg boven anderen die actief waren op deze aftermarket. Volgens Engelse bronnen werd hij wel de ‘Godfather van de café-racer’ genoemd, aan wie de algemene acceptatie van deze stijl wordt toegeschreven. Hij wist de motorscene van de jaren zestig zozeer te beďnvloeden, dat de Engelse motorpers zelfs de term to dunstallize ging hanteren om aan te geven dat een motorfiets naar zijn inzichten was omgebouwd. Min of meer gedicteerd door een spontane vraag van liefhebbers, die met name zijn zelf ontworpen *swept back-uitlaten felbegeerden, ontstond een produktielijn van allerhande race-accessoires. Zijn beste produkt werd een uitlaatsysteem onder de naam Decibel Silencers, waarvan er aanvankelijk dertigduizend per jaar werden verkocht. In 1967 leidde hij een eigen onderneming die nieuwe, aangepaste Dunstall Nortons verkocht. Later zouden er zelfs Dunstall Hondas en Dunstall Suzuki s komen. Begin jaren tachtig verkocht hij zijn onderneming na te hebben moeten inkrimpen als gevolg van het inzinken van de markt voor motorfietsen. Op het hoogtepunt van zijn imperium had hij zelfs een filiaal in de Verenigde Staten. Andere vormgevers naast Dunstall waren Ian Kennedy, die speciale versies van Vincents uitbracht, Paul Mitchell, die de schepper was van de Norvin, en Dave Degens, een eminent constructeur van zogenaamde *Tritons, motorfietsen met een Triumph motorblok in een Norton Featherbedframe. Degens zou later een nog grotere naam verwerven als ontwerper en constructeur van de *Dresda, een handgebouwde motorfiets, waarin in principe elke krachtbron kon worden opgenomen. De grootste concurrent van Paul Dunstall op de markt van café-race-onderdelen was John Tickle, een vormgever en grootschalige producent van accessoires. (Zie Mike Clay, Café RacersRockers, Rock N ’Roll and the Coffee-Bar Cuit, Osprey Publishing Ltd London 1988.).
© 2000 - 2024 Motoroccasion